← Terug naar het blog 26 september 2026

Niet gehoord is niet genegeerd

Over slecht horen, ADD, burn-out, en waarom het soms een half leven duurt voor je doorhebt wat er echt aan de hand is.

Ik hoor slecht. Dat is geen drama en ook geen geheim, maar het is wel iets wat ik pas echt ben gaan begrijpen toen ik al lang volwassen was. Tot dan dacht ik, net als de mensen rond mij, dat ik gewoon snel moe was, wat chaotisch, niet zo'n groepsmens, en een kampioen in uitstellen. Dat lijstje doet al snel aan ADD denken. Maar een groot deel ervan begint niet in mijn hoofd. Het begint in mijn oren.

Ik schrijf dit niet om medelijden te krijgen. Ik schrijf het omdat ik vermoed dat veel mensen zich hierin herkennen zonder het te weten. En omdat het helpt als de mensen rond hen het ook weten.

Waar het begon

Als kind had ik voortdurend middenoorontstekingen. Niet één keer, maar steeds opnieuw. Middenoorontsteking is bij jonge kinderen heel gewoon, en meestal gaat het vanzelf over. Maar als het blijft terugkomen, blijft er vaak vocht achter het trommelvlies zitten, en kan het trommelvlies of het middenoor op den duur beschadigd raken. Dan wordt een tijdelijk probleem een blijvend gehoorverlies.

Die ontstekingen werden behandeld met antibiotica. Veel antibiotica. Zoveel dat ook mijn tanden er schade van hebben overgehouden. Zo draag je als kind al de sporen van iets waar je zelf niet eens bij stilstaat. Want een kind weet niet dat het slecht hoort. Een kind weet alleen hoe de wereld voor hem klinkt.

Pas veel later valt het kwartje

Wie van jongs af aan minder hoort, heeft geen idee dat anderen meer horen. Je weet niet wat je mist, omdat je het nooit gehad hebt. Dus pas je je aan, zonder te weten dat je dat doet. Je gaat vooraan zitten. Je kijkt naar monden. Je belt liever niet. Je gaat vroeg naar huis van feestjes, of je gaat er niet meer naartoe.

En je vindt er verklaringen voor die over jezelf gaan, niet over je oren. De mensen rond je doen hetzelfde. Op school ben je de dromer. Thuis “luister je nooit”. Op het werk ben je verstrooid. En op een dag valt het woord ADD.

Pas op latere leeftijd dringt het echt door. Omdat het gehoor er met de jaren nog wat op achteruitgaat en de trucjes niet meer volstaan. Of omdat een hoortest iets aantoont wat al die tijd al zo was. En dan valt veel op zijn plaats: de vermoeidheid, de mislukte feestjes, de gemiste afspraken, de rare gesprekken. Het lag niet aan een gebrek aan inzet. Ik hoorde het gewoon niet.

Ik ben daarin geen uitzondering. Volgens de richtlijn van het Britse NICE leven de meeste mensen met gehoorverlies ongeveer tien jaar met hun klachten voor ze de juiste hulp krijgen. Tien jaar van bijsturen, bluffen en de oorzaak bij jezelf zoeken.

Luisteren is zwaar werk

Wie goed hoort, luistert zonder erbij na te denken. Wie slecht hoort, werkt de hele dag. Je vangt een deel van de woorden op en vult de rest zelf in, met liplezen, met de context, met gokken. Onderzoekers noemen dat luisterinspanning. Het gaat vaak goed, maar het kost energie, en die energie is op een bepaald moment op.

Dan komt de luistermoeheid. Na een vergadering, een verjaardagsfeest of een dag in een lawaaierige ruimte ben je leeg. Niet een beetje moe, maar zo moe dat je alleen nog stilte wilt. Het hoofd bonkt, je wordt prikkelbaar, en ’s avonds gaat er niets meer in. Volgens de Amerikaanse audioloog Ben Hornsby heeft meer dan 60 procent van de volwassenen met gehoorverlies last van vermoeidheid, en hebben ze ruim twee keer zoveel kans op ernstige vermoeidheid als leeftijdsgenoten die goed horen. En wie moe is, concentreert zich slechter. Van buitenaf lijkt dat op een aandachtsprobleem.

“Wat zei je?”, en dan niet meer

De eerste keer vraag je het gewoon: “Sorry, wat zei je?” De tweede keer ook nog. Bij de derde keer zie je de ander zuchten, of je hoort “laat maar, het is niet belangrijk”. En dan leer je iets wat bijna elke slechthorende kent: stoppen met vragen.

Je knikt. Je lacht mee als de anderen lachen. Je antwoordt “ja, klopt” op iets waarvan je de helft hebt verstaan, en hoopt dat het een ja-vraag was. Dat heet bluffen. Het is begrijpelijk: je wilt niet lastig zijn, niet steeds het gesprek stilleggen. Maar het heeft een prijs. Je mist informatie en weet vaak niet eens wat je gemist hebt. En voor de buitenwereld lijk je iemand die niet oplet, terwijl je net heel hard aan het opletten was.

Invullen, en de gekke gesprekken die volgen

Stoppen met vragen betekent niet dat je stopt met luisteren. Je hoofd blijft de gaten dichten. Meestal klopt de zin die je zelf in elkaar puzzelt. Soms niet. Stel dat iemand vraagt of je de takken al hebt opgeruimd, en jij begint over de kattenbak. Of iemand vertelt dat zijn vader in het ziekenhuis ligt, jij hoort “vakantie” en zegt “oh, leuk!”. Het wordt even stil. Iemand fronst, iemand lacht. En je weet niet wat er misging, alleen dat het misging.

Na een paar van die momenten word je voorzichtig. Je zegt minder, want elk antwoord is een gok. Je vertelt geen grapjes meer, want misschien is het onderwerp al veranderd. Je wacht tot iemand je rechtstreeks aanspreekt. Voor de anderen lijk je stiller, afweziger, misschien een beetje vreemd. Zo zorgt het invullen, dat bedoeld is om erbij te blijven, er net voor dat je er verder buiten komt te staan.

Met meer dan vier aan tafel

Een gesprek met één persoon in een rustige kamer lukt vaak prima. Je kijkt naar het gezicht, je leest de lippen mee, je kunt vragen. Maar zet vijf, zes mensen rond een tafel en alles verandert. Mensen praten door elkaar. Het gesprek springt van de ene naar de andere kant van de tafel. Tegen de tijd dat je doorhebt wie er praat en je hoofd hebt gedraaid, is de zin half voorbij. Je kunt maar naar één gezicht tegelijk kijken, en dat is altijd het verkeerde. Met wat muziek of cafélawaai erbij blijven er alleen losse flarden over.

Dus haak je af. Je zit erbij, je glimlacht, je praat met wie naast je zit, maar het groepsgesprek gaat aan je voorbij. Op een familiefeest of een teamlunch kun je je zo eenzamer voelen dan alleen thuis. En wie niet weet dat je slecht hoort, denkt dat je je niet amuseert, of dat je afstandelijk bent.

Waarom je anders gaat denken

Wie jarenlang zo communiceert, gaat ook anders denken. Niet slechter, wel anders. Je bent vaak een zin achter: tegen de tijd dat je hebt uitgepuzzeld wat er gezegd werd, is het gesprek al verder, en je reactie lijkt uit het niets te komen. Je denkt in stukjes en verbanden, omdat je altijd moet reconstrueren wat je niet volledig hebt gekregen. Je kijkt meer: naar gezichten, naar lichaamstaal, naar wie er lacht en wie niet. Je leest een situatie vaak scherper dan wie alles hoort, maar mist tegelijk het ene woord dat alles verklaart.

Veel slechthorenden verkiezen daardoor een diep gesprek met één persoon boven luchtige babbels in een groep. Ze schrijven liever dan dat ze bellen. Ze denken eerst na en zeggen dan iets. Dat zijn geen karaktertrekken die uit de lucht vallen. Het zijn aanpassingen aan een wereld die vooral voor goede oren gemaakt is.

Waarom je organisatorisch vastloopt

Veel van ons dagelijks leven draait op dingen die gezegd worden, niet geschreven. Een collega die in de gang zegt dat de vergadering verplaatst is. Een telefoontje van de garage. Een omroepbericht in het station. Een afspraak die bij de koffie gemaakt wordt. Wie slecht hoort, mist daar stukjes van. Niet alles, maar genoeg. Je staat in het verkeerde lokaal, je belt op het verkeerde uur terug, je hoort op het laatste moment dat de deadline vervroegd werd. “Maar dat heb ik toch gezegd?” Ja, gezegd. Niet gehoord.

Daarbovenop komt de vermoeidheid. Plannen, overzicht houden, dingen onthouden: dat vraagt energie uit hetzelfde vat dat al leeg is van het luisteren. Van buitenaf ziet dat eruit als het klassieke beeld van ADD: chaotisch, vergeetachtig, slecht georganiseerd. In werkelijkheid ontbreekt vooral de informatie, en de energie om de gaten zelf te dichten.

Uitstellen

En dan is er het uitstelgedrag. Ook dat wordt vaak aan ADD gekoppeld, en ook daar speelt het gehoor een rol die weinig mensen zien.

Kijk eens naar wat je uitstelt. Bij mij zijn het vaak net de dingen waar luisteren bij komt kijken: dat ene telefoontje naar een dienst met een keuzemenu en een slecht verstaanbare medewerker, een afspraak waar ik uitleg moet volgen, een taak waarvan ik niet zeker ben dat ik de opdracht goed begrepen heb. Die dingen kosten niet alleen tijd, ze kosten energie en brengen onzekerheid mee: heb ik het wel goed verstaan? Dus schuif je ze voor je uit. Tot ze dringend worden, en dan moeten ze in één keer, op een moment dat je al moe bent.

Zo wordt uitstellen geen gebrek aan wilskracht, maar een logisch gevolg van een dag die al vol zat. Weten waarom het gebeurt, maakt het niet vanzelf weg. Maar het helpt wel om het anders aan te pakken: dingen per mail regelen in plaats van telefonisch, en de taken die luisteren vragen inplannen op het moment van de dag dat er nog energie is.

Burn-out als vaste waarde

Tel alles op: een hele dag luisterinspanning, bluffen, invullen, gemiste afspraken rechtzetten, uitgestelde taken inhalen, en daarbovenop nog je gewone werk. Dat hou je een tijd vol. Vaak zelfs lang, want wie slecht hoort, is goed geworden in doorbijten. Maar ergens is de rek eruit. Burn-out.

Je herstelt. Je leert grenzen stellen, beter plannen, nee zeggen. Allemaal nuttig. Dan ga je terug naar dezelfde open kantoortuin, dezelfde vergaderingen waar iedereen door elkaar praat, dezelfde afspraken die in de gang gemaakt worden. En na een paar jaar lig je er opnieuw uit. Zo wordt burn-out een vaste waarde, een cyclus die zich blijft herhalen. En bij de begeleiding vraagt zelden iemand naar je oren. Het gaat over stress, over karakter, over de balans tussen werk en privé. Maar als een van de grootste energievreters nooit benoemd wordt, blijft hij gewoon doorlopen.

Onderzoek bevestigt dat verband. Onderzoekers van het Amsterdamse VUmc (nu Amsterdam UMC) stelden al in 2006 vast dat werknemers met gehoorverlies meer vermoeidheid en stress ervaren en vaker ziekteverlof nemen door psychische klachten. Een studie uit 2020 bij bijna 300 slechthorende werknemers vond dat hun nood aan herstel na het werk vooral samenhing met hoeveel moeite het luisteren hen kostte, en niet zozeer met hoe ernstig hun gehoorverlies op papier was. Ook een “licht” gehoorverlies kan je dus volledig uitputten.

ADD, gehoorverlies, of allebei?

Ik wil niet beweren dat wie de diagnose ADD kreeg, eigenlijk gewoon slecht hoort. Het kan ook allebei. Bij kinderen met gehoorverlies komt ADHD vaker voor: in een Iraanse studie uit 2020 ging het om bijna 3 op de 10 kinderen met ernstig gehoorverlies, tegenover ongeveer 1 op de 8 bij kinderen die goed horen. Een Amerikaanse studie uit 2023 toonde dan weer dat vermoeidheid bij slechthorende kinderen samenhangt met hoe onoplettend en druk hun ouders hen vinden, en dat ADHD-vragenlijsten veel over taal gaan. Een kind dat door zijn gehoor taal minder goed oppikt, scoort daar slechter op, zonder dat dat iets over zijn aandacht zegt.

Wat precies wat veroorzaakt, is moeilijk uit elkaar te halen. De les is vooral: kijk naar allebei. Het Amerikaanse CDC raadt dan ook aan om het gehoor en het zicht te testen voor iemand de diagnose ADHD krijgt.

Een boek dat het voelbaar maakt

Wie wil begrijpen hoe dit van binnenuit voelt, moet eens Als oren niet horen van Geeske van Voorthuijsen lezen. Ze is zelf slechthorend en illustrator, en toont in tekeningen en korte teksten hoe gehoorverlies thuis, op het werk en onder vrienden doorwerkt. Over haar jeugd in een horende wereld schrijft ze dat “aanpassen de norm was en vermoeidheid vanzelfsprekend”. Dat is precies het punt: wie altijd al moe is van het luisteren, weet niet dat het anders kan. Ze vraagt ook niet dat slechthorenden nog harder hun best doen, maar dat horenden beter leren communiceren.

Zichtbaar maken wat onzichtbaar is: DEAFLY.

Een groot deel van het probleem is dat niemand het ziet. Een rolstoel zie je, een hoortoestel achter het haar niet. Daarom vind ik DEAFLY. zo'n sterk idee. Het is een Belgisch merk van Fien, die geboren is met een slechthorend linkeroor en een doof rechteroor. Het idee ontstond tijdens het wandelen met haar honden: fietsers belden achter haar, maar zij hoorde ze niet. Wat als je zichtbaar kon maken wat anderen niet zien?

Dat werd DEAFLY., met als motto “Zichtbaarheid op jouw manier”. Er zijn drie lijnen:

Wat ik er sterk aan vind: het is een keuze. Niemand moet een label dragen, maar wie wil, kan het tonen op een manier die bij hem of haar past. En dat helpt precies bij alles wat hierboven staat. Wie ziet dat je slecht hoort, zegt minder snel “laat maar”, kijkt je aan als hij praat en stuurt de afspraak misschien ook even op papier. Ze werken bovendien met voorbestellingen, zodat er niet meer gemaakt wordt dan nodig. Neem zeker eens een kijkje op deafly.eu, of volg ze op Instagram, Facebook of TikTok via @deafly.eu.

Wat helpt

Als je jezelf herkent:

Als je goed hoort:

Een label als ADD kan helpen, maar alleen als het klopt. Soms is de oplossing geen pil of training, maar een hoortoestel, een mailtje met de afspraken, een vestje met Visual Contact Please, of gewoon iemand die de moeite doet om je aan te kijken. Niet gehoord is niet genegeerd. Het zou helpen als meer mensen dat wisten.

Dit stukje is mijn eigen verhaal, aangevuld met wat onderzoek. Het is geen medisch advies. Twijfel je over je eigen gehoor of dat van je kind, spreek er dan over met je huisarts.

Bronnen