Wie betaalt de rekening?
Er is fiscaal geld voor dure salariswagens en voor regionale luchthavens, maar niet voor de bus en niet voor werklozen. Dat is geen besparen, dat is kiezen.
De begroting moet op orde, dat hoor je elke dag. Iedereen moet een inspanning leveren. Maar wie goed kijkt naar wat er op tafel ligt, ziet een patroon. De voordelen blijven vaak bij wie al veel heeft, en de inspanning komt terecht bij wie het minst kan dragen.
Bedrijfswagen of salariswagen?
Neem de salariswagen. Wie voorstelt om het fiscale voordeel ervan af te bouwen, krijgt steevast te horen dat je werkende mensen hun loon niet mag afpakken. Daarbij worden twee dingen door elkaar gehaald. Een bedrijfswagen is elk voertuig van een bedrijf, ook de bestelwagen van de loodgieter of de servicewagen van de technicus. Niemand wil die afschaffen. Een salariswagen is een auto die je als deel van je loon krijgt, die je privé mag gebruiken en die fiscaal veel gunstiger behandeld wordt dan hetzelfde bedrag in brutoloon. Wie beide op één hoop gooit, laat het afbouwen van een belastingvoordeel klinken als het afpakken van een werkinstrument.
De salariswagen is een vorm van ongelijkheid. Wie er een heeft, krijgt een voordeel dat andere werknemers niet krijgen. Hoe hoger het loon, hoe duurder de wagen en hoe groter dat voordeel meestal is. Vaak komt er nog een tank- of laadkaart bij, waardoor extra kilometers niets kosten. Het resultaat zie je elke dag op de weg: steeds grotere, zwaardere auto's, gesubsidieerd via de belastingen die we allemaal betalen.
Groen?
Ook het argument dat salariswagens ons wagenpark vergroenen, overtuigt me niet. Een elektrische auto stoot geen uitlaatgassen uit, maar zijn batterij vraagt lithium, kobalt en nikkel. De ontginning daarvan brengt ernstige schade toe aan het milieu en aan de gemeenschappen waar die mijnen liggen. Hoe zwaarder de wagen, hoe groter de batterij en hoe meer grondstoffen er nodig zijn. En een elektrische auto staat net zo goed in de file. Echte vergroening betekent minder autokilometers, niet alleen andere auto's.
Minder bus, meer vliegtuig
Het wrange is dat het alternatief tegelijk wordt uitgehold. De Vlaamse regering van N-VA, CD&V en Vooruit laat De Lijn 35,5 miljoen euro besparen. Buslijnen verdwijnen, vooral op plaatsen waar mensen al weinig keuze hadden. Tegelijk blijven de regionale luchthavens van Oostende en Antwerpen subsidies krijgen, en dat tot 2039. Er is dus geld voor vliegtuigen en voor fiscaal voordelige auto's, maar niet voor de bus naar school of het werk.
Er bestaat een beter systeem, en het bestaat al gedeeltelijk: het mobiliteitsbudget. Vandaag is dat vooral een alternatief voor wie recht heeft op een salariswagen. Waarom niet voor elke werknemer? Een budget dat je vrij kunt besteden aan een fiets, een treinabonnement, deelmobiliteit of wonen dichter bij je werk. Dan kiest de werknemer, en krijgt niet alleen wie een auto rijdt een voordeel. Dat werkt natuurlijk alleen als het openbaar vervoer overeind blijft. Een budget voor de bus heeft geen zin als die bus er niet meer is.
Een indexsprong voor werklozen
Terwijl de salariswagen buiten schot blijft, circuleert een ander voorstel: als er opnieuw een indexsprong komt, die gericht toepassen op werkloosheidsuitkeringen. Een indexaanpassing is echter geen opslag. Ze zorgt er alleen voor dat een inkomen zijn koopkracht behoudt als de prijzen stijgen. Een indexsprong voor werklozen treft dus precies de mensen met de laagste inkomens, die prijsstijgingen het minst kunnen opvangen.
De redenering erachter is dat werken meer moet lonen dan niet werken, alsof werklozen niet willen werken. Maar de meeste werklozen willen dat wel. Werk vinden is vandaag niet makkelijk, en zeker niet voor wie ouder is dan vijftig. Die mensen solliciteren vaak lang zonder resultaat, niet uit onwil, maar omdat werkgevers hen minder snel aannemen. Bovendien is de werkloosheidsuitkering sinds 2026 al beperkt in de tijd. De prikkel om werk te zoeken is er dus al. Een indexsprong voegt daar vooral armoede aan toe.
Wie zegt oog te hebben voor mensen die door hun leeftijd of gezondheid niet zomaar aan de slag kunnen, kan geen algemene indexsprong op werkloosheidsuitkeringen verdedigen. Die maakt dat onderscheid gewoon niet.
Te hoge lasten op arbeid
Over één ding is bijna iedereen het eens: de lasten op arbeid zijn in ons land te hoog. Dat is precies waarom werkgevers salariswagens en andere extralegale voordelen aanbieden. Maar een lastenverlaging moet ergens gefinancierd worden, en daarover blijft het debat opvallend vaag.
Onze sociale zekerheid draait vooral op bijdragen op lonen. Werk dat door machines en software wordt overgenomen, draagt daar niets aan bij. Hoe meer werk geautomatiseerd wordt, hoe smaller de basis waarop we onze sociale zekerheid financieren.
Dat probleem wordt de komende jaren alleen maar groter. Artificiële intelligentie zal naar verwachting een grote verschuiving op de arbeidsmarkt veroorzaken, niet alleen in de industrie maar ook in kantoor- en dienstenjobs. Mensen zullen hun job verliezen of moeten omscholen, en dat zal zeker ook oudere werknemers treffen. Net dan hebben we een sterke sociale zekerheid nodig, en niet een die afgebouwd wordt bij wie zonder werk valt.
Belast grondstoffen, niet mensen
Waarom dan geen echte verschuiving van belastingen op arbeid naar belastingen op grondstoffen, energie en vervuiling? Dat maakt werk goedkoper voor iedereen, niet alleen voor wie een salariswagen krijgt. Het beloont zuinig omgaan met grondstoffen, en het zou pas echt bijdragen aan de vergroening die zo graag wordt ingeroepen om de salariswagen te verdedigen.
Kiezen
Een begroting is geen boekhouding, maar een reeks keuzes. Je kunt ervoor kiezen om een fiscaal voordeel te behouden voor wie een auto van zijn werkgever krijgt, en tegelijk te besparen op de bus en op de uitkering van een vijftigplusser die tevergeefs solliciteert. Je kunt ook anders kiezen.
Het debat gaat uiteindelijk niet over auto's of uitkeringen. Het gaat over wie de voordelen krijgt en wie de rekening betaalt. Vandaag zijn dat te vaak dezelfde mensen aan dezelfde kant.