← Terug naar het blog 28 september 2026

De begrotingsleugen — en waarom het anders kan

"Er is geen geld." We horen het al maanden, van de federale regering en van de Vlaamse. Iedereen moet inleveren, er mogen geen taboes zijn en de begrotingsbesprekingen zijn moeilijk, moeilijk, moeilijk.

Maar wie goed kijkt, ziet iets anders. Het probleem is niet dat er geen geld is. Het probleem is waar het naartoe gaat, en wie beslist wat er onaantastbaar blijft.

Het gat is echt. De leugen zit elders.

Laat ons eerlijk zijn: het tekort bestaat. België sloot 2025 af met een tekort van 5,2% van het bbp, het grootste van de eurozone. Dat is ruim 33 miljard euro per jaar. Moody's en S&P verlaagden dit voorjaar onze kredietscore, Fitch deed dat vorig jaar al.

De leugen is niet dat er een gat is. De leugen is dat er maar één manier is om het te dichten: snoeien bij de gewone burger. Zo'n begroting is geen natuurwet. Het is een lijst van keuzes. En wie die keuzes naast elkaar legt, ziet een patroon.

Waar het geld wél naartoe gaat

Wie zegt dat er geen geld is, vergeet een paar posten. Een greep:

Dat zijn geen randgevallen. Alleen de fossiele subsidies zijn al bijna de helft van het begrotingsgat. Toch staan ze nooit bovenaan de lijst wanneer er "zonder taboes" bespaard moet worden.

Ondertussen blijft kerosine nauwelijks belast, gaan er miljoenen naar luchthavens voor zakenjets, en bouwen partijen met belastinggeld vastgoed op. De N-VA kocht zelfs een hoofdkwartier in Brussel en verhuurt een deel ervan door. Legaal, dat wel. Maar moeilijk uit te leggen aan wie hoort dat er voor de bus geen geld meer is.

Wie de rekening betaalt

Kijk dan naar wat er wel geschrapt wordt. Mobiliteitsexpert Kris Peeters zet het op zijn blog scherp op een rij. De Lijn moest dit jaar al 35,5 miljoen euro extra besparen, en ziet nu de helft van haar investeringsbudget verdwijnen. Er blijft zo'n 25 miljoen over, nauwelijks meer dan wat er jaarlijks naar de regionale luchthavens gaat.

Schoolgebouwen verkommeren, terwijl er opnieuw bespaard moet worden. Werkenden en gepensioneerden krijgen te horen dat hun pensioen, hun index of hun uitkering ter discussie staat. De rekening belandt telkens bij dezelfde mensen: wie geen salariswagen heeft, wie de bus neemt, wie zijn kinderen naar een school met een lekkend dak stuurt.

Een dak boven je hoofd wordt een luxe

En dan is er de wooncrisis. De gemiddelde huurprijs in Vlaanderen ging in de eerste helft van 2026 voor het eerst over de 1.000 euro per maand. Een rijhuis huren kost gemiddeld 1.086 euro. Een huis kopen is voor veel jonge mensen en alleenstaanden gewoon onhaalbaar geworden.

Wie uitwijkt naar een sociale woning, komt achteraan een eindeloze rij. De wachtlijst telde in april 215.337 gezinnen, en de gemiddelde wachttijd liep al op tot bijna vijf jaar. Amper 6% van de Vlaamse woningen is een sociale huurwoning. In Nederland is dat zo'n 28%.

De Vlaamse regering belooft 56.000 extra sociale woningen tegen 2042. Zelfs de minister geeft toe dat er dan nog steeds een wooncrisis zal zijn. De vraag groeit namelijk gewoon door: de bevolking neemt toe en steeds meer mensen wonen alleen. Ongeveer de helft van alle sociale woningen wordt al door alleenstaanden bewoond, en net zij hebben het kwetsbaarste budget: één inkomen voor een volledige huur.

Ook hier dezelfde logica: wonen wordt behandeld als een kostenpost, niet als een investering. Terwijl elke sociale woning die er niet komt, zich later vertaalt in huursubsidies, armoede, gezondheidsproblemen en gezinnen die hun leven niet op de rails krijgen.

Een systeem dat nog op arbeid draait

Er zit ook een dieper probleem onder. Onze sociale zekerheid wordt grotendeels betaald met bijdragen op lonen. De belastingdruk op arbeid bedraagt in België 52,5%, een van de hoogste van de OESO.

Maar steeds meer waarde komt uit kapitaal en technologie. Wanneer een machine of software een job overneemt, verdwijnen die bijdragen. De winst van het bedrijf stijgt, maar die wordt veel lichter belast. Automatisering wordt fiscaal eerder beloond dan belast.

Zo holt het solidariteitsprincipe langzaam uit. Niet alleen door egoïsme, maar ook omdat de spelregels uit een tijd van fabrieksarbeid stammen. Spelregels kan je veranderen. Daar is alleen de politieke moed voor nodig.

De rekening ligt nu al op tafel

Het grootste begrotingsprobleem staat niet eens in de begroting: het klimaat. De overstromingen van 2021 kostten miljarden. Hittegolven kosten levens. Droogte en stormen drijven verzekeringspremies en voedselprijzen op.

Die kosten komen er, of we willen of niet. Vandaag betalen we ze via noodfondsen, extra zorguitgaven en heropbouw. Morgen misschien via een regelrechte rampentaks. Economen zijn het er al jaren over eens: niets doen kost op termijn veel meer dan nu investeren.

En toch blijven we klimaatbedreigende zaken sponsoren. Wie vandaag bespaart op openbaar vervoer en tegelijk luchtvaart en fossiele brandstof subsidieert, doet alsof de rekening pas later komt. Maar we krijgen ze nu al gepresenteerd: in ondergelopen straten, in hittegolven die elk jaar levens kosten, in hogere verzekeringspremies en duurdere boodschappen. Dat is geen voorspelling meer, dat staat vandaag al op onze facturen. En elk jaar dat we wachten, wordt ze hoger.

Het kan anders

Een sluitende begroting zonder de gewone burger kaal te plukken is geen utopie. Een paar pistes:

"Maar dat brengt niet zoveel op"

Critici zullen zeggen dat die 15,2 miljard aan fossiele subsidies nooit volledig binnenkomt. Dat klopt: wie subsidies schrapt, verbruikt minder fossiele brandstof. Maar dat is net de bedoeling. En zelfs de helft is nog altijd meer dan 7 miljard euro per jaar.

Ze zullen zeggen dat de 2,77 miljard voor de luchthaven een investering is, geen uitgave. Ook dat klopt. Maar het blijft een keuze: dat geld ging naar een luchthaven, niet naar bussen of schoolgebouwen.

En ze zullen zeggen dat veel van deze maatregelen pas op lange termijn renderen, terwijl het gat er nu is. Precies daar zit de grootste blinde vlek.

De kost die nergens begroot wordt

De kosten van klimaatverandering staan nergens in de begroting. Geen enkele regering reserveert vandaag geld voor de volgende overstroming, de volgende hittegolf of de volgende droogte. Nochtans weten we dat ze komen.

Na de overstromingen van 2021 moest Wallonië extra lenen om de schade en de heropbouw te betalen. Die rekening stond in geen enkele meerjarenbegroting. Ze kwam gewoon, onaangekondigd, bovenop alle andere tekorten.

En het wordt erger. In Californië hebben zeven van de twaalf grootste verzekeraars hun activiteiten de voorbije jaren sterk teruggeschroefd door de bosbranden. Veel woningen zijn daar gewoon niet meer te verzekeren. In België is het zover nog niet, dankzij een solidariteitssysteem in de brandverzekering. Maar de verzekeraars trekken zelf aan de alarmbel: de verzekerbaarheid van klimaatrampen staat volgens hen "overal in Europa onder enorme druk". Een nieuwe woning in overstromingsgebied mogen ze vandaag al weigeren. En vijf jaar na de overstromingen van 2021 is er nog altijd geen regeling voor wie de volgende grote ramp betaalt. Wat niet verzekerd is, belandt bij de gezinnen zelf, of bij de overheid. Dus opnieuw bij ons allemaal.

Een begroting die sluit door zekere toekomstige kosten weg te laten, sluit niet. Ze verstopt het probleem. Elk bedrijf dat zo boekhoudt, krijgt het deksel op de neus van zijn accountant. Wie op klimaat bespaart om vandaag een mooi cijfer te tonen, leent in werkelijkheid bij de toekomst. En die lening komt terug met een torenhoge rente.

Een begroting is een middel, geen doel

De echte vraag is niet of de begroting sluit. De vraag is voor wie ze sluit, en wat we ervoor opgeven. Wie een begroting redt door scholen, bussen en het klimaat te laten verkommeren, heeft niets gered. Die heeft alleen de rekening verplaatst.

Politici die zeggen dat er geen keuze is, maken wel degelijk een keuze: die van de status quo. Tijd dus om hen daarop aan te spreken. Niet met een riant loon als beloning voor uitstel, maar met verantwoording voor wat ze doen, en voor wat ze laten liggen.

Want een begroting is meer dan een rekensom. Het is een blik op de toekomst. En die toekomst kan twee kanten op.

In de ene versie doen we verder zoals nu. De schuld blijft stijgen, de rente vreet steeds meer op. Klimaatrampen komen onaangekondigd binnen en worden telkens met nieuwe leningen betaald. Een huis wordt iets wat je erft of nooit krijgt. De bus rijdt niet meer, de school lekt, en solidariteit wordt een woord uit de geschiedenisboeken. Dat is geen doemdenken, dat is gewoon doortrekken wat vandaag gebeurt.

In de andere versie durven we te kiezen. Wie vervuilt, betaalt. Wie het breedst heeft, draagt het meest. We bouwen betaalbare woningen, treinen die ons door Europa brengen, scholen waar kinderen graag naartoe gaan. De begroting sluit, niet omdat we de zwaksten hebben uitgeknepen, maar omdat we eindelijk eerlijk hebben geteld: ook de kosten van morgen.

Beide toekomsten zijn mogelijk. Welke het wordt, is geen kwestie van geld. Het is een kwestie van keuzes. En die worden nu gemaakt.

Bronnen